WielerArchieven  

Ga terug   WielerArchieven > Speciaal > Wielerverhalen en -anekdotes

Reageren
 
Discussietools
Oud 13 augustus 2011, 18:40   #1
horstjan
Junior
 
Geregistreerd: 30 september 2009
Locatie: Haarlem nederland
Berichten: 205
Standaard Trektocht

Na gedegen voorbereiding is het eindelijk zover dat onze fietstocht op de racefiets kan aanvangen. Het ranke racekarretje dat vele malen met zijn berijder als eerste over de eindstreep is gegaan lijkt nu meer op een bepakte muilezel. Twee weken lang zal het frame de zware fietstassen moeten kunnen torsen, zo niet dan zullen Dik Box en ik, Jan van der Horst zwaar teleurgesteld aftaaien en de trein naar huis moeten nemen. We moeten er niet aan denken, maar het kan gebeuren.
De eerste dag gaat via het veer van Schoonhoven naar het Brabantse Rijswijk waar Truus en Arie ons opwachten. De hartelijke Brabanders geven ons gastvrij met gratis bed & breakfast een kontje richting België. Als ik dit jaar nog tot een overwinning kom gaat de bloementuil naar Truus.

We rijden de 2e dag in gezelschap van onze gastheer Arie in gezapig tempo richting Belgische grens als de eerste lekke band zich bij mij aandient. Nieuwe binnenband erin en klaar is kees. Even later vliegt met een harde klap de zijtas van Dik van de fiets. Met een snelbinder kan hij de boel tot op de camping bij elkaar houden waar met draad en naald het euvel wordt verholpen dankzij de mevrouw op de camping die haar naaispullen ter beschikking stelt. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is drinken we voor het weggaan de volgende dag eerst even een bakkie koffie bij haar.

Dag 3. Onder zacht voorjaarsweer rijden we de Belgische Kempen binnen. Dik komt er achter dat hij op een stuk hobbelige keien een sandaal is kwijtgeraakt en het begint nog te regenen ook. In Beringen, voor de ingang van het kolenmijnmuseum wil hij niet meer verder. We gaan naar binnen om te schuilen. We krijgen er cultuurles door de museumgids die ons kosteloos zijn diensten aanbied. Ook mogen we er ons boterhammetje opeten onder het genot van een kop koffie. Waarschijnlijk zijn we de enige bezoekers vandaag. We nemen een paar uur later afscheid van de mijn en fietsten over nieuw aangelegde fietspaden dwars door het Limburgse landschap naar Tongeren. Vlak voor Tongeren duiken we net op tijd een bushaltehokje binnen om te kunnen schuilen voor een onweersbui. We weten dat er in het begijnenhof van Tongeren een jeugdherberg is en begin mei zal er ongetwijfeld plaats voor ons zijn. Dat laatste blijkt dus niet zo te zijn ,want een bus met schoolkinderen houdt alle bedden bezet. Een camping is er ook niet. Waren we maar in het Volkstehuis van Hasselt gebleven grapte ik naar Dik. Het tehuis voor alleenstaande mannen hadden we onderweg uit nostalgie aangedaan. Het bood tijdens mijn wielercarrière goedkoop onderdak aan Nederlandse renners die in België een wielerkoers gingen rijden. Nu moesten we maar zien hoe we de nacht konden doorbrengen. Het goedkoopste hotel van de stad brengt echter uitkomst omdat de oorspronkelijke prijs speciaal voor ons gehalveerd wordt om reden dat de wegenbouw er werken voor de deur uitvoert. Het is een oud onderkomen met doorgezakte bedden met stortbad in het midden van de kamer. Ik stoot er mijn hoofd en glij onderuit, maar weet dat Jozef en Maria er in de kerstnacht blij mee waren geweest. Gastvrijheid staat er hoog in het vaandel en de hotelier staat zelfs zijn eigen schoenplaatje aan Dik af die hij onderweg heeft verloren. Wij blij, want er is in een straal van 40 km geen fietsenzaak te bekennen.

Dag 4. We gaan eerst naar het toeristenbureau om een fietsroute op te vragen. Handig sturen we met de fietskaart over de mooiste weggetjes door het Limburgse land naar Luik. In de Supermarché doen we vast inkopen voor de avondmaaltijd, want grote kans dat je buiten de stad geen winkel meer tegenkomt. We draaien prachtig via de aankomstlijn van Luik-Bastenaken-Luik om de stad heen naar de Ardennenkant.
Wel een levensgevaarlijke onderneming om langs de Maas tussen het autogeweld in rustiger vaarwater te geraken. We vinden rust op een kerkhofje en eten er onze boterham op waarna Dik zijn dagelijkse tukkie gaat doen. Als Dik ontwaakt uit zijn middagdutje besluiten we de kleinste Ardennenweggetjes te nemen om maximaal van de streek te genieten. Het is een aanrader voor de klimgeit, maar niet voor onze pakezels. Op onze lichtste versnelling stampen we moeizaam de heuvels op en kuilen en gaten ontwijkend dalen we weer af. Wat een achterstallig onderhoud! De door mij extra aangebrachte bagagedragersteun heeft het begeven. Gelukkig kan ik het euvel verhelpen met een tire-rib. We fietsen in veel uren maar weinig kilometers en de drinkbussen raken leeg. Op de kaart zoeken we een camping en rijden er heen om dan in de kroeg te vernemen dat de camping een lachertje van de bewoners is. Er is helemaal geen camping. We nemen een colaatje en volgen de weg naar Hamoir aan de Ourthe. Daar kunnen we zeker overnachten. Het is mooi aan het riviertje en het kamperen is zo vroeg in het seizoen gratis. Als we geïnstalleerd zijn komt er een vrouw van rond de veertig gepakt en zakt aan lopen en vraagt of ze naast ons mag staan. Ze is al drie weken eenzaam onderweg als oefening voor de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Ze is getrouwd, heeft een zoon en komt uit Maastricht. Ze vindt het hier een eng plekje voor een vrouw alleen en is blij met ons. Wij vertellen haar dat we pas enkele dagen onderweg zijn. Ze lijkt gerustgesteld of denkt misschien dat we homo's zijn.
Terwijl Dik de maaltijd bereidt drinken we gezamenlijk wijn uit de schaal waar we ook uit moeten eten. We hebben geen glazen meegenomen. Die avond stappen we moe in de veel te dunne slaapzak. Het vriest s'nachts en ik doe een jack en lange broek aan. Dik snurkt naast mij en soms laat hij een scheet. Dan doe ik de tent open om te luchten, waardoor het weer te koud wordt. De vrouw naast ons in haar tentje hoor je niet en ik kom er niet onderuit om te fantaseren dat ik naast haar lig. Het lijkt mij een stuk aangenamer. Zo komen we een heel stuk de nacht door totdat we er gezamenlijk uitgaan om tegen de heg te pissen. Dat ritueel van samen pissen houden we de hele reis in stand. Spreken we af.

Dag 5. Vandaag besluiten we dat we naar La Roche te fietsen. Dik wil een Nederlandse krant scoren. Over de doorgaande weg is de afstand onder de honderd km, dus maken we een omweg. De zon schijnt de hele dag. Ook wennen we aan het klimmen op onze transportfiets. Kortom; we genieten tot aan La Roche! De door Dik begeerde Nederlandse krant is er niet. De Telegraaf is er wel, maar die leest hij uit overtuiging niet. Dik is ex-communist, atheïst en kunstenaar van beroep en ik ben katholiek. Dik's visie over de zin van het leven is dat het geen enkele zin dient en ik hoop toch dat het ergens toe leidt. We lullen er die avond urenlang over, maar komen er natuurlijk niet uit. Dik zegt dat de wetenschap er ooit achter zal komen en ik kan het me niet voorstellen.

Dag 6. Dik wil naar Bastogne en dan naar Wiltz in Luxemburg. Ik volg gedwee, soms hoor ik wat gemor van Dik over de drukte op de weg. Hij heeft gelijk, we hadden inlichtingen moeten inwinnen bij het toeristenbureau, dan had men ons kunnen vertellen dat er een fietspad van Bastogne naar Wiltz loopt. Op de camping aangekomen krijgen we te horen dat er die dag geen winkels open zijn. Voor de naar een biertje snakkende maat van me is dat een fikse tegenvaller. Gelukkig zit er een bolle Hollander voor zijn caravan en op mijn directe vraag aan hem of hij een biertje voor ons over heeft geeft hij ons een stoel en schenkt ons zoveel in als we maar willen. We kunnen alles van hem krijgen, als we maar van zijn vrouw afblijven. Geen probleem, wij hebben elkaar vertrouw ik hem toe.
De volgende morgen geven we de gulle man een handdruk en druk ik de vrouw een kus op haar wang.

Dag 7. We zoeken de Sûre op en volgen die tot aan Diekirch. Daarna gaan we via Larochette verder het land in. Op de kaart zien we ergens dat er een camping moet zijn. We denken erheen te rijden, maar zijn totaal verkeerd uitgekomen. We moeten terug of een omweg nemen om er te komen. Uiteraard gaan we niet terug. Het wordt een martelgang en als we aankomen blijkt van wat eens een camping was is verworden tot een vuilnisbelt. We worstelen ons door de gesloten slagboom, zoeken een plekje en slaan onze tent op. Gelukkig hebben we voldoende eten en drinken bij ons. De fles wijn wordt ontkurkt en in één teug slurp ik een halve liter naar binnen. Terwijl Dik het eten klaarmaakt sms ik een bericht naar Ria. Haar antwoord, 'je bent bezopen', laat niet lang op zich wachten. Hoewel niet erg op ons gemak slapen we door de vermoeidheid en de wijn redelijk snel in.

Dag 8. Gaan we door naar Frankrijk of Duitsland?
Dik wil liever door de Eiffel en ik prefereer de Vogezen. Terwijl we er langs de Moezel over debatteren draai ik met hem de Duitse kant op en dan weer terug naar Echternach om te overnachten. Echternach is de stad van de grijze golf. Allemaal oude mensen op het terras en daar voelen wij ons, 60 plussers niet thuis natuurlijk. Wegwezen en zo snel mogelijk!

Dag 9. Vianden is het eerste doel en dan de rivier de Our volgen naar Duitsland. Het weer zit nog steeds mee, dus karren maar. Blijkbaar zijn wij de enige mensen die dag die zich verplaatsen, want we komen urenlang niemand tegen. We genieten van de roofvogels en staan zelfs even stil als er een gevecht tussen een kraai en een buizerd ontstaat om een prooi. Waarom delen ze niet samen? dat doen wij toch ook! Plotseling worden we opgeschrikt door loslopende koeien. Ze zijn uitgebroken en wij voelen ons geroepen om ze weer terug in de wei te krijgen. Op één na lukt het ons snel, maar die ene is ons steeds te slim af en loopt weg als ik haar dreig in te halen. Met een luide schreeuw spring ik op haar af en de geschrokken koe neemt een sprong over de omheining alsof het een springpaard is. Weliswaar 4 strafpunten veroorzaakt komt ze er ongeschonden overheen. Wij vervolgen opgelucht onze reis met de gedachte een goede daad te hebben verricht. Op een mooigelegen camping in Kohnenhaff a/d Our stoppen we al vroeg om de tent op te zetten. De afhaalmaaltijd vergemakkelijkt onze dag en we vullen de tijd in met een wandeling langs de rivier.
Terug op de camping arriveert er een groep pseudo-wielrenners. Jonge gasten die ons bergop moeiteloos uit het wiel zouden rijden, maar die uitdaging gaan wij hen natuurlijk niet aan. Wel kan ik het in weerzin van Dik niet nalaten te vertellen dat ik een behoorlijke erelijst bij elkaar heb gefietst. Dik verteld nooit ongevraagd over zijn kunstwerken, terwijl ik nogal eens over mezelf opschep. Als verdediging voer ik aan dat het gemakkelijk deuren opent in moeilijke situaties.

Dag 10. Dik is moe en wil zo veel mogelijk vlak rijden. De Eiffel is een bergstreek en daar kom je niet onderuit zeg ik hem. Hij is niet overtuigd en als hij op de kaart kijkt meent hij een nagenoeg vlakke route te ontdekken. We zijn het niet met elkaar eens, maar gaan het proberen. Het pad begint goed, maar wordt steeds slechter en wordt een mountainbike parkoers met een klim waar we van de fiets af moeten. Prachtig natuurgebied, maar niet om te fietsen. Na twee uur komen we weer op de begaanbare weg en blijken we drieënhalve kilometer opgeschoten te zijn. Dik schaamt zich een beetje, maar ik zeg dat ik het niet had willen missen. In de eerstvolgende plaats die we tegenkomen nemen we taart en koffie in een conditorei. Dik beheert de financiën, is zunig en betaalt geen cent te veel. Volgens de landkaart moeten we nog een heel eind fietsen om een camping te bereiken en we zijn al zo moe. Tot onze verbazing passeren we vlak voor St-Vith een kampeerplaats met vaste plaatsen. De beheerder woont in een huis langs de weg. Als we aanbellen en vragen om een nachtje ons tentje te mogen neerzetten knikt de vrouw des huizes vriendelijk dat het mag. De supermarché is slechts enkele km verderop. Dat krijg je als een atheïst als jij met een katholiek gaat fietsen Dik, zeg ik en we drinken er een goede fles wijn op.

Dag 11. Het heeft weer gevroren vannacht en het ijs zit aan de tent. De opkomende zon doet zijn werk en weldra is het behaaglijk voor de tent. In de verwarmde toiletruimte halen we onze kleding op die we er te drogen hadden gelegd. Vandaag zullen we de plaats Robertville, waar ik seniorenwereldkampioen ben geworden aandoen. Op het dak van België heeft brand gewoed en dat geeft een triest aanblik. Als we dalen door de Val de Dieu die naar de weg Visee – Maastricht voert zijn we in de ban van de schoonheid daar en we rijden in één ruk door naar de camping in St- Geertruid. We voelen ons thuis, hoewel we nog ruim 300km de gaan hebben. Eten doen we copieus in het restaurant.

Dag 12. Zonder ontbijt te hebben genoten rijden we op Maastricht aan en volgen de Maasroute er omheen. In Moorveld kan ik de verleiding niet weerstaan om bij Andrea en Edwin langs te gaan. Ze ontvangen ons hartelijk met koffie en broodjes. Zo is Andrea, een schat van een vrouw waar je altijd welkom bent. Via het Belgische Maaseik rijden we door de Peel naar Eindhoven. Dwars door het centrum heen bij Best speuren we naar een camping, maar komen tot de conclusie dat die er niet is. Twee behulpzame dames van lichte zeden die langs de weg naar klanten staan te pezen brengen uitkomst en wijzen ons een plek in Oisterwijk. Dik vindt het een te dure camping met slechte plaatsen, maar er is niets anders. Er is wel een gezellige bar met leuke meiden achter de tap. De dame achter de bar vraagt ons hoeveel km we erop hebben zitten en ik zeg 150km. Jeetje, dat doe ik jullie niet na zegt ze en ik verval weer in mijn oude gewoonte om te vertellen dat ik het al zo lang doe. Zo'n 55jaar zeg ik er direct achteraan. Ze lacht smakelijk met de woorden dat het langer is dan mijn leeftijd. Waarop ik op mijn beurt haar mijn leeftijd laat raden. Dik naast mij stoot me geërgerd aan, maar ik draaf door en vraag; nou hoeveel? Eerst zegt ze 46, dan 50. Ik vertel met enige trots dat ik dit jaar wel negenenzestig word. Tegelijk hoor ik het kraaien van de haan en ik begrijp dat we weer aan het opsnoeven zijn. Snel gooi ik het over een andere boeg en stel mijn maatje Dik als een bekende Nederlandse kunstenaar voor, ook vraag ik de barjuffrouw welke sport zij beoefend. Ze heeft sterk ontwikkelde bovenarmen. Ze vertelt dat ze toptennis speelt, maar dat ziekte van Pfeifer haar voorlopig aan de kant houdt. Als we weer in ons tentje liggen herinnert Dik mij eraan dat ik ook anderen kan laten praten en moet leren luisteren. Hij heeft gelijk.
De laatste dag. 160Km door uiterwaarden en natuurgebieden, paadjes waar we het bestaan niet van weten. Pont over in Schoonhoven en via Haastrecht naar Gouda. Onderweg vette hamburgers naar binnen werken. Het maakt ineens niet meer uit. We willen naar huis, naar moeder de vrouw. Vannacht zullen we ander vlees naast ons hebben liggen. Nu we dichter bij huis komen, komt het verlangen om van elkaar verlost te zijn. De kapotte spaak in mijn achterwiel doet het wiel tegen de remblokjes aanlopen naar achteraf blijkt. Ik merk het niet eens in de drift om thuis te komen. Wel merk ik dat Dikkie veel makkelijker pedaleert dan ik. Hij ruikt de stal, denk ik dan.
In Haarlem schudden we elkaar de hand en thuisgekomen doen we ieder op onze eigen manier kond over onze trektocht.
horstjan is offline   Met citaat reageren
Reageren

Discussietools

Regels voor berichten
Je mag geen nieuwe discussies starten
Je mag niet reageren op berichten
Je mag geen bijlagen versturen
Je mag niet je berichten bewerken

vB-code is Aan
Smileys zijn Aan
[IMG]-code is Aan
HTML-code is Uit

Forumnavigatie


Alle tijden zijn GMT +2. Het is nu 05:12.


Forumsoftware: vBulletin®, versie 3.8.2
Copyright ©2000 - 2021, Jelsoft Enterprises Ltd.
© 2003-2007, WielerArchieven
Version française #12 par l'association vBulletin francophone